In mijn tijd bij de offshore werd er meestal in de winter niet gewerkt. Met name op de Noordzee zijn de werkzame dagen door het slechte weer zo weinig,

dat die tijd vaak benut werd om onderhoud aan de schepen te doen. Zo lag één van deze winters de Narwhal bij de scheepswerf Wilton-Feyenoord in Schiedam.

De Narwhal was een heel bijzonder schip, alhoewel was het wel een schip? Het bestond uit 2 enorme vierkante bakken, die door lange stalen kolommen met elkaar verbonden waren. Op de bovenste bak was het werkdek,de kraan met een hefvermogen van 2.000 ton, de verblijven en de brug van het 'schip'. In de onderste bak zaten de ballasttanks en de voorstuwing, want 'het ding' kon echt varen! Het was een krankzinnig gezicht om hem op zee varend tegen te komen.

Tijdens één van deze periodes heb ik een aantal keren wacht gelopen op de Narwhal. Ook in de haven moet er altijd een stuurman aan boord zijn. Tijdens één van deze wachten had ik ook onze zoon Robert meegenomen. In de offshore waren dat soort zaken geen probleem.

Om aan boord te komen stapte je eerst op het onderste gedeelte van de bak. Daar vandaan kon je via een trap of via een lift in één van de poten naar het bovendek.Het eten en alles daar omheen was in de offshore heel goed verzorgd, ook in de haven. Robert wist dan ook niet wat hem overkwam dat hij zo veel als hij wilde mocht eten van wat hij lekker vond! Maar het meest bijzondere was voor hem de ijsmachine. Zelf je ijsje maken en zoveel als je wilt, wat wil je nog meer.

Ik kan mij niet meer herinneren of hij er ziek van geweest is, dat zou zo maar kunnen. Ik weet wel dat hij ten volle zijn hart opgehaald heeft aan al dat lekkers! De volgende keer wilde hij wel weer wachtlopen!

(De Narwhal was 144 meter lang en 52 meter breed en had een maximale diepgang van 36 meter, varend was het onderdek ook boven water zoals op de foto en aan het werk was hij afgezonken, waarbij het bovendek boven de golven bleef en het geheel zo stabiel mogelijk was.)